Written by admin 13:14 In the spotlight

De visie van bestuursvoorzitter Gert Jan de Borst op wetenschap

‘Ik zie de toekomst zonnig in.’

Prof. dr. Gert Jan de Borst is inmiddels ruim een jaar de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Reinier de Graaf ziekenhuis. De hoogste tijd om hem het hemd van het lijf te vragen over zijn visie op wetenschap. Wat is zijn visie op wetenschap, hoe denkt hij over de inzet van wetenschap in de zorg en vooral: waar wil hij heen met Reinier de Graaf op het gebied van wetenschap?

Door: Babette Bais

Geschiedenis

Gert Jan zette zijn eerste stappen in de wetenschap als coassistent. Bij de wasbak van de OK werd hij gevraagd of het hem leuk leek mee te werken aan ‘een lopend onderzoekje’. Dat dit ‘lopende onderzoekje’ uiteindelijk zou leiden tot zijn eigen promotieonderzoek en zelfs zijn leerstoel had hij natuurlijk niet kunnen voorspellen.

‘Het doen van wetenschap is van meerwaarde om te begrijpen wat je in de kliniek doet. We doen best veel behandelingen op een bepaalde manier omdat we het altijd zo gedaan hebben. Of omdat je voorganger of opleider het zo deed. En als je dan wetenschappelijk onderzoek doet, dan leer je daar toch op een andere manier naar te kijken. Het is belangrijk om kritisch te blijven op wat we doen in de zorg. Is het nog wel zinvol? Is het nog wel kosteneffectief? En deze kritische blik is absoluut van meerwaarde voor de kliniek.’ Maar daarnaast moet onderzoek ook leuk zijn, volgens Gert Jan. ‘Je moet er energie van krijgen.’

Tegelijkertijd vindt Gert Jan niet dat iedereen wetenschappelijk onderzoek moet doen. Bij veel medische vervolgopleidingen zag je voorheen dat een promotie een voorwaarde was om toegelaten te worden. Dat is op heel veel plekken al losgelaten, omdat dit volgens hem de verkeerde insteek is. ‘Dan kun je mensen krijgen die met tegenzin dingen doen. Het wordt dan een kwestie van vinkjes zetten. Je krijgt dan een soort productiemachine. Dat kan niet de bedoeling zijn van goede wetenschap.’

Maar, geeft ook Gert Jan toe, dat blijft een uitdaging, omdat de academische beloningssystematiek en een stuk eerstelijnsbekostiging van wetenschap nog steeds gebaseerd is op het aantal proefschriften. ‘Als er eens in de zoveel tijd aan je wordt gevraagd wat je wetenschappelijke prestaties zijn, dan wordt er nog altijd primair gekeken naar het aantal publicaties, wie er bijvoorbeeld op de eerste of juist de laatste plek staat van een publicatie of welk ziekenhuis binnen STZ-verband welk aantal TEC’s binnenhalen. Er wordt dan minder gekeken naar de wetenschappelijke impact of iets dergelijks. Het zou veel meer moeten gaan om het team, om de onderzoeksgroep, of zij bijvoorbeeld een bepaalde kwaliteitsverbetering teweeg kunnen brengen of implementatie van nieuwe technieken en de juiste inbedding in nieuwe richtlijnen.’

Zelf heeft Gert Jan ontzettend veel onderzoek opgezet en uitgevoerd. Inmiddels staat de teller al op zo’n 57 promovendi die hij heeft mogen begeleiden. In het UMC Utrecht heeft hij maar liefst drie expertisecentra opgericht. Talloze studies liggen hieraan ten grondslag, waarvan een aanzienlijk deel (internationaal) gerandomiseerde trials die in belangrijke wetenschappelijke tijdschriften zijn gepubliceerd.

Maar dat is Gert Jan zeker niet aan komen waaien, met name toen zijn drie kinderen nog klein waren. Overdag gewoon werken, ‘s avonds eten en de kinderen op bed leggen en daarna ging de laptop vaak open tot regelmatig 1 uur, half 2 ‘s nachts. Om de volgende ochtend weer om half 7 op de fiets te zitten.

Maar als je aan Gert Jan vraagt waar hij het meest trots op is, dan is dat niet op de aantallen publicaties maar op alle samenwerkingen die hij heeft gecreëerd. En het daarmee positioneren van anderen voor het doen van hoogwaardig onderzoek. Niet alleen binnen de grote (inter)nationale consortia, maar ook zeker met de mensen om hem heen. ‘Alles wat ik heb kunnen doen, is puur en alleen als je het samen doet met anderen.’

Keuzes

Belangrijk bij het doen van wetenschap is enerzijds focus hebben, maar ook weer niet op één paard wedden. ‘Als je onderzoek doet, moet je keuzes maken. Waar zet je wel op in en waar niet?’ Zo waren er op de afdeling van Gert Jan twee aandachtsgebieden: halsslagader en buikslagader. ‘Maar ja, het aantal beroertes werd geleidelijk aan minder, het aantal aneurysma’s aan de buikslagader nam af. Dan moet je dus vooruit kijken. We hebben toen goed nagedacht met elkaar en besloten om perifeer vaatlijden en thoracic outlet syndroom aan de aandachtsgebieden toe te voegen.’ Het is dus volgens Gert Jan belangrijk om altijd een brede horizon te houden als het om wat voor reden in een bepaalde pijler stroever loopt of zelfs misschien wel afloopt. ‘Het is en blijft essentieel om te kijken waar het veld naartoe beweegt, om daar vervolgens ook weer op in te spelen. Dat kan betekenen dat je een staflid moet aantrekken met een bepaalde expertise. Want ik vind wel, áls je ergens onderzoek naar doet, dan moet je ook klinisch met je voeten in de klei staan. Je kan wetenschappelijk alleen maar goed meepraten als je vanuit de werkplek de echte komma en de echte punt kent.’

‘ Het zou veel meer moeten gaan om het team, om de onderzoeksgroep, of zij bijvoorbeeld een bepaalde kwaliteitsverbetering teweeg kunnen brengen

Academie en periferie

Dit heeft Gert Jan natuurlijk wel allemaal in de setting gedaan van het UMC Utrecht, een academisch ziekenhuis. ‘Klopt, daar zitten ook de meeste middelen’, geeft Gert Jan toe. ‘Maar wél nadrukkelijk altijd met het betrekken van de periferie. Ik betrok altijd alle ziekenhuizen om ons heen in de regio. Ik vind de tijd dat je alleen maar onderzoek doet binnen je eigen organisatie echt passé. Het is goed voor je eigen kwaliteitsdoeleinden, dat wel. Het kan ook in het kader zijn van een pilot voordat je het allemaal breder uitrolt, of omdat je nu eenmaal unieke data beheert. Denk aan de onderzoekslijnen Jeugd & Alcohol, of als Reinier de Graaf als eerste ziekenhuis in Nederland deelneemt aan een internationale, multicenter pharma trial zoals heel fraai ingericht vanuit de zorgeenheid Oncologie. Dat is iets anders. Maar singlecenter onderzoek vind ik niet meer van deze tijd.’

Overigens vindt Gert Jan het een absolute misvatting dat je enkel onderzoek kan doen in de academie en niet in de periferie. ‘Waar je ook werkt, je zal zelf flink moeten investeren in tijd, óók in de avonden en weekenden. Zeker, geld en tijd zijn twee parameters die absoluut nodig zijn om onderzoek te kunnen doen, maar daarmee is het niet magisch opgelost. Het zit hem óók in de motivatie die vanuit jezelf moet komen en ook de bereidheid om er als onderzoeker regelmatig vrije tijd in te steken. En dat is wel een kant die ik uitdagend vind, of mensen dat in deze tijd nog bereid zijn om te doen. In deze tijdsgeest, en dat is absoluut niet een specifieke generatie, hechten mensen nog meer aan vrije tijd en bakenen ze hun werktijd goed af. Hoog over gezien, kan dat voor Reinier de Graaf specifiek en voor de onderzoeks-BV Nederland een bedreiging naar de toekomst zijn als we op wetenschappelijk gebied een belangrijke speler willen blijven.’

Status in Reinier de Graaf

‘De kracht van Reinier de Graaf is dat we ongelooflijk veel energie en ideeën hebben.’ Er wordt in ons ziekenhuis ontzettend veel succesvol onderzoek gedaan, waar Gert Jan veel bewondering voor heeft. Wel zitten er veel verschillen tussen de verscheidene groepen en afdelingen. Zo zijn er groepen die al op de troepen vooruit lopen en hun eigen onderzoek hebben ingericht. Maar ook ziet Gert Jan veel zogenoemde succesvolle eenlingen. Individuen die echt de voortrekkers zijn geweest en de groep naar een hoger plan tillen. ‘Heel knap, maar ook heel kwetsbaar.’ Rijp en groen door elkaar, noemt Gert Jan het. ‘En ik denk dat daar de grootste slag voor Reinier de Graaf nog te maken is: dat er meer onderlinge afstemming is en dat we beter van elkaar leren en daarbij gebruikmaken van de infrastructuur die we hebben staan.’

Eén van de groepen die Gert Jan aanstipt is het Delfts Allergiecentrum. Daaro wordt hoogstaand toonaangevend onderzoek gedaan, met een duidelijke regionale en nationale visie op het verrichten van multicenter onderoek. Een ander mooi voorbeeld, zonder anderen tekort te willen doen, is de NEK, de Nederlandse Endometriose Kliniek. Zij startten met de Nederlandse accreditatie, gevolgd door een TEC binnen de STZ en zojuist hebben ze ook hun Europese accreditatie binnen. Ze doen niet alleen klinisch onderzoek, maar ze zijn bijvoorbeeld ook bezig met het opzetten van een biobank. ‘Zij zetten dus niet alleen in op klinisch onderzoek, maar óók op fundamenteel, innovatief en translationeel onderzoek.’

Het is belangrijk om niet alleen ‘te vragen’ aan de onderzoekers, maar ook om ‘terug te geven’. Dus om te ondersteunen en te faciliteren. Vorig jaar is er binnen Reinier de Graaf een nieuw wetenschapsbeleid vastgesteld en is er een Wetenschapsfonds ingericht. Dat moet nog verder vorm en spelregels krijgen, maar het is bedoeld om onderzoek te faciliteren, bijvoorbeeld door het verstrekken van seeding grants of de mogelijkheid om onderzoeksverpleegkundigen aan te stellen. Extra handen die het werk dat bij wetenschappelijk onderzoek komt kijken, kunnen uitvoeren. ‘Met de bedoeling om onderzoek in Reinier de Graaf te laten vliegen.’

Samenwerkingen

Reinier de Graaf is onlosmakelijk met de TU Delft verbonden, onder andere voor stages en voor het verrichten van innovatief onderzoek. Hier liggen ontzettend veel kansen voor intensieve samenwerking. Er zijn een aantal jaren geleden zogenoemde Convergence-projecten opgezet tussen de TU Delft en het Erasmus MC. Gert Jan heeft eind 2025 toenadering gezocht met de vraag of Reinier de Graaf hierin met hen kan optrekken. Ons ziekenhuis is namelijk heel sterk in die grote groepen patiënten en met name de implementatie van (zorg)innovatie.’ De drie instituten zijn dat nu samen aan het uitwerken, dus er zullen binnenkort projecten starten met Reinier de Graaf als derde partner. ‘Hier is geen sprake van verdringing, maar wij sluiten vanuit complementariteit met onze specifieke Reinier de Graaf -krachten aan bij een bestaande, succesvolle formule’, aldus Gert Jan.

Het zit hem óók in de motivatie die vanuit jezelf moet komen en ook de bereidheid om er als onderzoeker regelmatig vrije tijd in te steken

Het Convergence-programma bestaat uit drie pijlers: onderwijs, infrastructuur en wetenschap. Grootse flagship projecten vormden destijds het wetenschappelijke aspect, waarbij postdocs met een medische achtergrond werden gekoppeld aan een postdoc met een technische achtergrond. Bij infrastructuur kan je dan denken aan bijvoorbeeld gedeeld gebruik van apparatuur, zoals de 4D CT-scanner bij de afdeling Orthopedie. ‘Die hebben het Erasmus MC en de TU Delft niet. Zo kunnen we dus voorkomen dat we dezelfde apparatuur aanschaffen en dat het ergens staat te ‘verstoffen’.’ De derde pijler, onderwijs, zie je bijvoorbeeld terug in een nieuwe bachelor die wordt ingericht: Health and Technology. Ook daar heeft Gert Jan aangegeven graag een rol te willen spelen met Reinier de Graaf. ‘Die stages met de TU Delft zijn zo ontzettend leuk. Wij hebben een vraag op de werkvloer en nodigen dan een team uit van de TU Deflt, dat er vervolgens met heel andere ogen naar kijkt en heel vaak met ludieke oplossingen komt.’

Momenteel heeft Reinier de Graaf nog een lopende leerstoel met de TU Delft, bekleed door professor Maarten van der Elst en meer recent de leerstoel van professor Gerald Kraan. Gert Jan sluit niet uit dat er nog meer leerstoelen bijkomen. ‘Moet dat? Nee. Het gaat niet alleen maar om de vinkjes en de vaantjes. Zo’n leerstoel geeft natuurlijk wel een bepaalde uitstraling, maar tegelijkertijd moet het niet alleen maar daarom gaan. Een leerstoel moet werken als een katalysator voor het uitvoeren van een bepaalde onderzoekslijn, maar dan moet je elkaar wel steunen. En verder kijken dan alleen een paar jaar, anders is het kansloos in mijn optiek.’

De toekomst van Reinier de Graaf

Wanneer Gert Jan wordt gevraagd naar de toekomst van Reinier de Graaf, waar de wetenschap heen zou moeten gaan, heeft hij ontzettend veel ideeën. Zo wil hij vanuit de medisch inhoudelijke expertise die in Reinier de Graaf aanwezig is vertrekken. Daarbij noemt hij bijvoorbeeld de Stichting Jeugd en Alcohol, het Prostaatkankercentrum, het Reinier Haga Orthopedisch Centrum en het Allergiecentrum. Ook vindt hij het belangrijk dat ons ziekenhuis een belangrijke partner blijft in bestaande nationale netwerken, zoals WCN bij de Cardiologie. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat we blijven werken aan het bestendigen en uitbouwen van een betrouwbaar partnership voor het verrichten van onderzoek binnen de oncologie. Het is goed wanneer Reinier de Graaf blijft inzetten op innovatie, waarbij Gert Jan wederom de leerstoel van Gerald Kraan aanhaalt. Ook wil hij inzetten op processen in de zorg, bijvoorbeeld de Buikwandchirurgie, waar een prachtig prospectief cohort wordt opgebouwd. Tenslotte ziet Gert Jan verpleegkundig onderzoek als ontzettend kansvol, zowel op de inhoud als vanuit een stimulans en ontwikkelpodium voor de verpleegkundigen in Reinier de Graaf . ‘Dus ook daar zet ik weer niet in op één onderdeel, maar op verschillende velden. Maar dan moeten die velden wel bestendigd kunnen worden met de goede mensen, tijd en financiering. Dus daarvoor zijn we met verschillende mensen in gesprek.’

En natuurlijk de TU Delft. ‘Ik probeer echt dat MedTech-gedeelte op de agenda te zetten, ook landelijk binnen STZ-verband. Want als je niet oppast, dan wordt MedTech beheerd door alleen Philips en de academie. Terwijl ik van mening ben dat STZ-huizen een hele relevante rol kunnen spelen, omdat wij het platform hebben om innovatieve (MedTech)projecten uit te rollen.’

Binnen Reinier de Graaf wordt er gekeken naar een andere structuur, waarbij Wetenschap en Innovatie meer geïntegreerd worden en minder als eilandjes opereren. Ook wil Gert Jan inzetten op meer onderling begrip en kennis van elkaars werelden, en dus meer integraliteit tussen het Wetenschapsbureau en de onderzoekers in Reinier de Graaf. ‘Het is natuurlijk enerzijds een vereiste om je aan de regels van indiening voor onderzoeksgoedkeuring te houden, maar omgekeerd moet de doorlooptijd ook transparant en gemaximeerd zijn. Dus dat de aanvrager weet dat er nu eenmaal dingen nodig zijn vanuit wet- en regelgeving, maar andersom ook mag verwachten dat het proces daarna strak, snel en transparant te volgen is via een dashboard. We doen het allemaal voor hetzelfde doel, namelijk het met elkaar verrichten van goed en innovatief onderzoek binnen Reinier de Graaf!’

We sluiten het interview positief en met een lach af: ‘Ik zie de toekomst

(Visited 1 times, 1 visits today)
Facebook
Twitter
LinkedIn
Close