Een unicompartimentele knieprothese, ook wel halve knieprothese genoemd, wordt in de orthopedie gebruikt voor het behandelen van artrose aan één zijde van de knie. Het aantal geplaatste halve knieprotheses in Nederland neemt al jaren toe en heeft meerdere voordelen ten opzichte van een totale knieprothese, onder andere een kortere operatietijd, minder invasief, minder bloedverlies en minder complicaties. Het nadeel is echter dat er vaker revisies voorkomen bij dit type prothese vergeleken met een totale knieprothese. Dit kan komen door de toenemende artrose in het gewricht, maar aseptische loslating is een andere veelvoorkomende reden. Migratie van de prothese is een eerste teken van toekomstige loslating.
Door: Jantsje Pasma
In deze studie hebben we de migratie van de Persona Partial Kneeprothese onderzocht in 26 patiënten. Dit is een halve knieprothese die gecementeerd wordt geplaatst. Deze prothese is een relatief nieuwe prothese en het ontwerp is gebaseerd op de anatomische vorm van de knie. We hebben gekeken naar de migratie van beide onderdelen van de prothese, het femur- en het tibiagedeelte. De migratie is gemeten met behulp van stereometrische analyse (RSA). Hiervoor zijn er tijdens de operatie kleine tantalium bolletjes (diameter van 1 mm) in zowel het femur als tibia geïmplanteerd. Vervolgens zijn er speciale RSAröntgenfoto’s gemaakt direct na de operatie en op verschillende momenten gedurende 5 jaar, namelijk 6 weken, 6 maanden, 1 jaar, 2 jaar en 5 jaar na de operatie. Met deze foto’s wordt er een 3D-beeld gemaakt van de prothese ten opzichte van de geïmplanteerde bolletjes. Door de opnames te vergelijken met de opname direct postoperatief kan in micrometers nauwkeurig de migratie van de prothese worden gemeten over de tijd. De migratie wordt uitgedrukt in translaties in de x-, y- en zrichting en rotaties om de x-, y- en z-as. De RSA-röntgenfoto’s van 1 jaar na de operatie zijn twee keer uitgevoerd en met elkaar vergeleken om de precisie te meten. De precisie geeft aan in welke mate de gemeten waarden werkelijke migraties zijn of meetfouten. Daarnaast zijn er patiëntgerapporteerde uitkomsten met betrekking tot pijn, functie en de kwaliteit van leven gemeten en zijn complicaties, zoals revisies, bijgehouden.
De resultaten laten zien dat gedurende 5 jaar na de operatie er migratie optreedt van zowel het tibiagedeelte als het femurgedeelte. De migratie van het femurgedeelte vindt voornamelijk plaats als rotaties om de x- en z-as, namelijk gemiddeld 0,24 graden en 0,43 graden respectievelijk 5 jaar na de operatie. Deze migratie was stabiel tussen 2 en 5 jaar na de operatie. De translaties van het femurgedeelte vielen binnen de precisie, wat betekent dat we niet kunnen zeggen dat dit echte translaties waren, maar mogelijk meetfouten. Het tibiagedeelte transleert met name in de negatieve y-richting (gemiddeld -0,21mm) en roteert rond de negatieve z-as (gemiddeld -0.75 graden). In tegenstelling tot het femurgedeelte blijft het tibiagedeelte migreren tot 5 jaar na de operatie. Wel zien we dat de patiëntgerapporteerde uitkomsten verbeteren ten opzichte van de preoperatieve uitkomsten en stabiel blijven tussen 2 en 5 jaar. Tijdens de follow-up hebben 2 revisies plaatsgevonden, waarvan 1 al na 15 weken door een trauma en 1 na 42 maanden in verband met loslating van het tibiagedeelte.
Uit deze resultaten kunnen we concluderen dat de migratie van de Persona Partial Knee-prothese laag is voor zowel het tibia- als femurgedeelte. Het femurgedeelte is stabiel tussen 2 en 5 jaar, maar het tibiagedeelte laat nog steeds migratie zien tussen de 2 en 5 jaar. Als we naar de individuele migratietrajecten kijken, zien we een duidelijke, continue migratie van het tibiagedeelte tussen 2 en 5 jaar bij 2 patiënten. Langere termijnresultaten zullen laten zien of de migratie van het tibiagedeelte nog verder doorzet en welke consequenties dit heeft voor de lange termijnuitkomsten.
De resultaten laten zien dat gedurende 5 jaar na de operatie er migratie optreedt van zowel het tibiagedeelte als het femurgedeelte





